Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Mijn lichte kamer

Geplaatst op: 09-10-2020
door: Marieke Brand
online cursist

Als ik om me heen kijk zie ik vooral veel spullen. Ze lijken een huwelijk met elkaar te zijn aangegaan, niet omdat ze zo gek op elkaar waren maar omdat ze nu eenmaal al zo lang in één ruimte wonen en tot elkaar veroordeeld zijn. De oude bank waarachter de kampeermatrasjes staan, kijkt bedaart naar de boekenkast. De boeken daarentegen, zijn met zichzelf bezig. Solipsitisch mompelen zij hun verhaal naast elkaar tussen de houten planken. In de boekenkast wonen alle boeken die de boekenkast beneden niet gehaald hebben. Dit zijn dus boeken die Marie Kondo allang de deur had gewezen, maar ook boeken die mij na aan het hart liggen en die Oskar niet begrijpt. Andersom komt ook voor, Hollebecq mag, omdat ik niet kan uitstaan hoe hij schrijft over vrouwen, maar met twee titels beneden staan van mij.

 

Kenmerkend aan mijn kamer is dat er veel te vinden wat ik niet weg kan doen. Het is een soort haven waar het wrakhout van mijn leven aan is komen spoelen. Uit een oude scheef gezakte mobile die de zus van Oskar maakte voor boven het bedje van onze oudste zoon, willen sierlijke vogeltjes nog steeds wegvliegen. De uil kijkt naar buiten, rechtop ondanks de jaren. Ik herinner me nog het gevoel dat ik had toen ik de stof kocht voor de linnen gordijnen die er nu ongeïnspireerd bij hangen. Het was in een winkel op de Cuyp en ik was als een ontdekkingsreiziger die een nieuwe wereld aan het verkennen was. Alles was vreemd en anders en precies zoals het zijn moest. Alsof ik met het kopen van de stof in die winkel naast de markt me het nieuwe land eigen maakte. Dus deze hele zooi is ‘mijn’ kamer, hoewel Oskar spreekt van ‘de logeerkamer’. Hij heeft geen eigen kamer maar een kamertje, zou dat het zijn?

 

Deze kamer is ook de plek waar ik tast naar datgene wat mensen soms ‘de ziel’ noemen. Of ‘het diepere zelf’, alsof we bestaan uit meerdere niveaus zoals een zwembad met verschillende dieptes. Ik hoorde gisteren dat Lucerbert sprak van de ‘innerlijke roerselen’, en dat spreekt me aan. Net zoals in mijn kamer is het vaak een roerige zooi vanbinnen. Ik ga dan zitten achter mijn bureau en maak tastende gebaren die niemand ziet. Het is niet per se leuk, maar altijd onderhoudend. Ik zit met wat ik daar aantref en schrijf wat.

 

Het beste onderdeel van deze kamer is zonder twijfel het uitzicht want hier kan je dromen over de onzichtbare zee. Vanaf de bank ik kijk ik uit over de bakstenen huizen aan de overkant en naar de wolken erboven. Er zijn dagen waarop ik naar de zon kijk die langzaam afzakt richting die zee in het westen. De hemel is het palet waarop de zon dan tekent waar ze zin in heeft, in oranje, rood, paarsblauw en geel. Bij storm wordt je hier letterlijk nat, het is net een boot op zee. Het uitzicht ademt ruimte, net zoals de ramen want die zitten vol kieren en gaten. Het uitzicht en de tocht dringen de kamer binnen en smeden deze verzamelplek van spullen en emoties tot één lichte plek waar vrijheid is.


Reageer (2)