Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Nieuwe dag, nieuwe kansen

Geplaatst op: 24-05-2017
door: Hans Groote Schaarsberg
cursist

Slotakkoord met dit korte verhaal over Walter

De dag begint als een kantoordag als alle andere, Walter komt als tweede binnen. Ineke heeft de handdoekjes in de wc dan al vervangen en koffie gezet. Als de koffie klaar is wanneer iedereen binnenkomt scheelt dat tijd en overbodig geklets. Hij loopt richting werkplek en werkt in vaste volgorde zijn voorbereidende handelingen af, gelijk de tennisser Nadal die, wat neurotisch aandoend, zijn rituelen afwerkt voor zijn service. Ook hij zal vandaag service afleveren, dienstbaar als een minzaam glimlachende dienstbode zal hij zijn klanten weer te woord staan. Tas op de vaste plek, computer aan, loopje naar de keuken en daar pakt hij koffie, kopje en een melkkannetje. De automatische bewegingen van armen en benen langs het aanrecht doen denken aan, als je er enige sierlijkheid bij fantaseert, een choreografie, ingeslepen in zeven dienstjaren. De bijbehorende geluiden vormen, als je ze van zeven jaar achter elkaar plakt, iets versneld misschien, een trancedente beat.

Walter schuift zijn stoel aan en overziet zijn bureau. Geordend, net zoals zijn leven. Voor zich staat van links naar rechts een aantal zuilen van gestapelde bureaubakjes, stapels dossiers en enkele ordners, elke zuil checkt hij dagelijks nauwgezet om grip te houden op de dag. Ze komen hem nu voor als spijlen van een gevangenis waaraan hij zich wanhopig vasthoudt en zich probeert staande te houden. De lege bijna werktuiglijke sleur van zijn leven op dit moment dringt door. Zijn ogen worden vochtig. Komt hij hier ooit nog uit?

Hij haalt diep adem, het is bijna kwart over acht. Lekker begin van de dag denkt hij, maar gelukkig is die nog lang. Collega’s druppelen binnen, zo ook Hester waar hij drie dagen in de week tegenover zit. Hester is geen straf, een spontane jonge moeder van 33, bijna 10 jaar jonger dan hij.
“Goeiemorgen!” zegt ze nogal uitgelaten als ze binnen komt lopen.
Hij had haar al op de gang gehoord. Een collega is zwanger en ze heeft het dus ook vernomen. Hij had haar al “wat leuk!!” horen gillen.
“Goedemorgen” antwoordt hij rustig, in een poging enige balans tussen hun beider stemmingen te creëren, “Annemiek is zwanger hé.”
“Jaah! Leuk joh!” antwoordt ze bijna jubelend.
“Zeker” antwoordt hij, “er is gister een kaartje rond gegaan, ik weet niet waar die is, moet je maar even kijken”.
De telefoon van haar gaat, de eerste klant alweer. Hij drukt snel op het aanwezigheidsknopje op zijn eigen telefoon. Walter schrikt van zichzelf als hij beseft hoe gepavloft hij reageert. Mijn god denkt hij, waar ben ik in hemelsnaam mee bezig, zo kan het leven toch niet bedoeld zijn.
Hij kijkt Hester aan. Die zit al te telefoneren en kijkt hem onderwijl glimlachend aan. Een royale vrouw met weelderige rondingen waarvan hij plots trek kan krijgen in chocola. Hij kan het niet nalaten haar even na te kijken als ze na het toilet gaat. Haar ongebreidelde voorkomen doet hem altijd goed. Haar grote blauwe ogen waarin de levenslustige golven weerspiegeld worden, of het nou eb of vloed is, zijn zo verrekte verleidelijk. Godsamme, gaat het door hem heen terwijl hij naar zijn scherm tuurt en langzaam wegdrijft, hij zou wel eens een keer flink te keer willen gaan, met haar aan willen schuiven aan een groot bourgondische feestmaal, en dan rijkelijk aangeschoten raken, liederlijk en ongekunsteld met haar dansen, frivool en achteloos voeren en gevoerd worden. Gewoon, enkel uitbundig het leven vieren, verder niks. Je leeft maar één keer.
Annemieke komt het kantoortje binnenlopen en brengt hem tot zijn positieven. Ze loopt direct richting Hester, hij heeft haar gister al gesproken.
“Ik ben zwanger,” roept ze opgewonden, met veel gebaren maar zonder geluid.
Hester kijkt haar lachend aan en wijst met haar vinger naar de hoorn aan haar hoofd. Annemieke is ook zo’n collega waarmee hij wel wat mee heeft. Ze is klein, tenger en hij vindt haar niet zozeer knap maar haar felheid maakt haar aantrekkelijk. Ze is 24, altijd bezig. Hij houdt van haar vuur, ook al verdwijnt het vaak in paniek, zorgen en verontwaardiging, vooral als het weer eens druk is. Maar het jaarlijkse teamuitje ziet hij ook een andere kant, dan is zij de aanjager en de glorievolle gangmaker.
Hij had onlangs van haar gedroomd. Ze hadden net een vergadering gehad en stonden met hun tweeën nog na te praten. Dat wil zeggen, zij praatte, hij luisterde. Ze bewoog zich druk door de kamer, het proces waarin ze zaten ging haar veel te langzaam. Hij zei niets en keek naar haar terwijl zij gewoon doorging. In de droom herkende hij haar vurigheid. En terwijl hij luisterde voelde hij dat ze steeds een klein beetje dichterbij kwam. Het was niet bewust van haar, dat zag hij, maar het gebeurde wel. Steeds dichterbij kwam ze met haar vlammende betoog. Hij kreeg het een beetje warm. Ze heeft het helemaal niet door dacht hij nog. Plots bleef ze staan, stopte ze abrupt met praten en keek op. Ze stond vlak voor hem. Hun ogen vonden elkaar, en in een volgend moment kuste hij zacht haar lippen. Zacht antwoordde ze terug.
De zoen brengt met een fijnzinnige zwieper de staart van een slang in beweging, hij voelt vanaf daar een golf richting onderbuik trekken, alwaar de cobra de spieren rondom de gifklieren aanspant om te gaan spuwen. Maar de zwieper is te subtiel, de liefdevolle zoen te kostbaar om te laten vergiftigen door primitieve geïnternaliseerde barbaren die zich zo nodig willen ontladen. En voor het zover komt slaat de kop met een klap te pletter. In de zoen zit een veel te waardevolle boodschap verborgen, een te toegenegen oproep, om verloren te laten gaan.
“Hé dooie!” roept Annemieke naar hem, “wat is er met jou?”
Er trekt een koud spoor door zijn middenrif alsof er na eeuwen hermetisch te zijn afgesloten een koffer wordt opgeritst. Hij kijkt Annemieke aan en vervolgens Hester die inmiddels heeft opgegooid en ook nieuwsgierig is. Dan staat hij op, door hun ogen ziet hij een warhoofdige man staan die er opeens achter komt dat hij een uiterst belangrijke afspraak is vergeten.
“Gaat het Walter?” vragen ze in koor.
“Eeh ja,” zegt hij, “Het gaat prima. Enne lieve dames, zouden jullie ook niet eens aan het werk gaan?” zegt hij lachend.
En dan gaat hij weer zitten, slaat een ordner open en start excel op. Alsof er niks gebeurd is, een kantoordag als alle andere.
Het is een jaar later. Hij zit thuis met een burn-out, het beste wat hem is overkomen zou hij later nog vaak zeggen. Hij was die dag om vijf uur naar huis gefietst en had zich voorgenomen die avond met zijn vrouw te praten, te zeggen dat hij een therapeut ging zoeken. Als hij niks zou doen zou hij een burn-out krijgen. Bij zijn eerste woorden was hij gebroken. Hester en Anemieke heeft hij nog één keer gezien. Hester, de lieve schat, was er niet magerder op geworden. Annemieke, dikke buik inmiddels, had net een huis in het dorp hadden gekocht. Hij herinnerde zich nog dat ze hem ooit had verteld dat ze nog graag een tijdje naar het buienland wilde, maar haar vriend wilde niet. ‘Keep the spirit alive’ had hij haar ter afscheid nog gezegd.


Reageer (0)