Inloggen (e-mail/wachtwoord)

De wandeling

Geplaatst op: 15-03-2016
door: Mariola Dirkzwager
online cursist

Van objectief naar subjectief. 

De wandeling 1 (objectief)
Het asfalt van de parallelweg slaat hier vlak voor de brug rechtsaf en verandert abrupt in een ongelijk liggend tegelpad. Het tegelpad kronkelt hier onder de oprit van de snelweg naar de dijk toe. Links een metalen hek met daarnaast een sloot. Rechts het beton van het viaduct. Het is hier altijd donker en koud. Het pad loopt iets omhoog richting de dijk. Een dijk die linksaf door de boomgaarden trekt en met prachtige vergezichten uiteindelijk uitkomt op het industrieterrein. Een dijk die rechtsaf overgaat in een parallelweg langs de snelweg. Met slecht een graskant, een sloot en een schamel stukje metaal verwijderd van het verkeer dat over de snelweg raast. Beide kanten die de dijk uit gaat brengen me iedere wandeling weer thuis.


De wandeling 2 (subjectief)
Het schamele licht van de lantaarn behoed me voor het water naast de brug. Net op tijd vinden mijn voeten op de tast de overgang tussen asfalt en losliggend steen. De steen die mijn voeten raakt vliegt het zwart in dat voor me opdoemt. Het geluid weerkaatst tegen het beton en omringt me. Mijn hart komt langzaam tot rust als ik in de echo slechts mijn eigen stappen weer hoor. Een tweede steen weerkaatst achter me tegen het beton. De echo van mijn stappen als ik abrupt stil sta komt angstaanjagend dichterbij. De kou kruipt langs mijn ruggengraat omhoog. Het maanlicht verlicht de dijk die hoger lijkt te liggen dan anders. Rechtsaf, de autolichten, metaal. Dwars door het zwart. Buiten adem. Thuis.


De wandeling 3 (subjectief)
Voordat de vissers op de brug plaats kunnen maken, slaan mijn schoenen in draf rechtsaf. De koelte valt verfrissend op m’n nek. Een verdwaalde zonnestraal zoekt verbaasd zijn weg door het ondoordringbare beton. De steen die mijn voet raakt danst dwalend door de stralen heen en landt met een zachte plons in de sloot achter het metalen hek. Kring, na kring, na kring. Abrupt sta ik stil en schop een tweede steen richting het slootwater vol leven. Het beton weerkaatst mijn lach. De dijk op gaat moeiteloos. Vergezichten, vleugels, met het zweet op m’n rug. De heerlijk lange weg naar huis


Reageer (2)