‘Desiree van Blitterswijck!”. “Hee, Dees, Bianca hier! Luister, ik ben in een taxi op weg naar je toe en ik…” “In een taxi?! Is die rare sportwagen van je alweer stuk?” “Nee, die staat thuis, maar luister! Ik heb op dat congres vanmiddag waar ik je van verteld heb een waanzinnig leuke man ontmoet, een jonge Franse professor, die me heeft uitgenodigd voor een diner vanavond in het Amstel, maar ik kan niet even snel naar huis om een jurk te halen en toen dacht ik…”. “Nee hè, niet weer mijn blauwe Prada-jurkje?!” Een oefening in 'chick-lit' ...
‘Desiree van Blitterswijck!”.
“Hee, Dees, Bianca hier! Luister, ik ben in een taxi op weg naar je toe en ik…”
“In een taxi?! Is die rare sportwagen van je alweer stuk?”
“Nee, die staat thuis, maar luister! Ik heb op dat congres vanmiddag waar ik je van verteld heb een waanzinnig leuke man ontmoet, een jonge Franse professor, die me heeft uitgenodigd voor een diner vanavond in het Amstel, maar ik kan niet even snel naar huis om een jurk te halen en toen dacht ik…”.
“Nee hè, niet weer mijn blauwe Prada-jurkje?!”
“He toe, schat, ik kan echt niet naar huis en dat pakje dat ik aan heb kan ook echt niet voor een diner, dat is leuk voor op kantoor met de jongens, maar… Toe, toe, Dees, dit is echt waanzinnig belangrijk voor me!”
“Hoe vaak heb ik je niet gezegd dat je altijd voorbereid moet zijn op afspraken, Bianc, voor welke gelegenheid dan ook”.
“Ja ja, mijn grote zus. Je hebt gelijk. Je hebt altíjd gelijk. Ik ben een kip, als je dat wilt horen, als je me je blauwe jurkje maar uitleent. Toe nou Dees, hij is jong en knap en leuk…!`
Het was even stil. `Hoe laat ben je hier? En: ik breng je natuurlijk naar dat restaurant!`
Desiree zuchtte diep terwijl ze de verbinding op haar mobiel verbrak. Bianca had weer wat. Ze moest even lachen. “Een Franse professor deze keer. Hmm”. Ze legde haar telefoon bij de autosleutels op de grote blankhouten keukentafel en liet het Italiaanse wonderapparaat, door haar eigen Fred liefkozend Gina genoemd, een cappuccino voor haar maken. Op het prikbord hing de tien jaar oude foto van Bianca en haar, samen met hun golden retriever die Nul-Zes heette sinds hij dankzij het mobile nummer op zijn halsband na een zwerftocht van een week weer terecht was gekomen. Bianca en zij leken wel een tweeling op de foto, ondanks het leeftijdsverschil van drie jaar. Bianca was altijd de wat warrige, naïeve vrije vogel gebleven. Druk met van alles en niets, vriendjes bij de vleet en nooit bereikbaar in haar rommelige appartement aan het Vondelpark. Soms liep ze in zeven sloten tegelijk, maar ze kwam er altijd weer uit. Meestal zelfs lachend. En zij, Desiree, de oudste, altijd de meest wijze en verantwoordelijke. Druk doende als zelfstandig journalist en tekstschrijver en alweer zeven jaar gelukkig getrouwd met studievriend Fred, inmiddels huisarts in Oud West. Samen in het gelukkige bezit van een vier verdiepingen tellend negentiende-eeuws pand aan de rand van het Westerpark. Ze hadden bewust gekozen geen kinderen te krijgen, al twijfelde ze soms wel eens, zeker nu ze de vijfendertig begon te naderen. Bianca daarentegen zou, zodra ze haar eigen Hugh Grant aan de haak had geslagen, binnen de kortste keren een bescheiden kinderschaar om zich heen hebben. Dat wist ze zeker. Misschien wel een Franse ‘Hugh’, dus. En half-Franse kindertjes.
Ineens stond er een opgewonden Bianca in de keuken. “Hee schat, ik had je niet eens binnen horen komen”.
“Jij stond natuurlijk te fantaseren over mijn jonge Franse professor”. Bianca zette twee flessen prosecco op tafel. “Alsjeblieft, onderweg voor je gekocht. Omdat ik je jurk mag lenen”.
“Sinds wanneer draag jij een bril?” Desiree pakte het trendy zwarte montuur van Bianca’s voorhoofd.
“O, die heb ik van de brillenwinkel omdat ik even niet zo goed zag. Nu zie ik met dat ding nog minder, maar ik vergeet hem steeds af te zetten. Hangt je jurk in de slaapkamerkast?”
Desiree wees naar het raam. “Ik heb hem even buiten gehangen, zodat je fris voor de dag komt. Mijn zwarte schoenen mag je er voor dezelfde prijs bij leasen. Hup verkleden, we gaan”.
Na enig pruttelen startte Desiree’s oude Volvo, terwijl Bianca zenuwachtig haar horloge raadpleegde. “We komen heus wel op tijd”, suste Desiree. “En hij wacht ook heus wel op je als we iets later zijn”. Bianca beet op haar onderlip.
“Zenuwachtig? Is hij zo leuk? Hoe heet hij eigenlijk?” Desiree keek haar zusje lachend aan.
“Yves. Yves Blanchet”
“Wat gewoontjes. Ik zal hem Hugh noemen”.
“Hugh?” Bianca keek Desiree vragend aan, maar die deed intussen verwoede pogingen de ruitenwissers aan te krijgen om een plotseling losgebarsten waterhoos het hoofd te bieden. Uiteindelijk deed een van de twee het, gelukkig die aan haar kant. Vijfhonderd meter verder eindigde de verharde weg voor een indrukwekkende rij hekken en verkeersborden.
“Djuu! Nou weer een wegopbreking!”. Desiree hief haar handen ten hemel. “Hoe kom ik hier omheen?” Ze sloeg rechtsaf de zijstraat in en stuitte op twee eenrichtingsstraten de verkeerde kant op. Na wat gedraai en heen en weergerei bereikten de zussen, slechts tien minuten te laat, de plaats van afspraak.
“Neem de plu mee, Bianc, het regent nog steeds”. Desiree nam een paraplu van de achterbank en schoof haar zus die onder haar neus.
“Voor dat kleine stukje?”
“Voor als hij er niet is, of wanneer jullie gaan wandelen”, antwoordde Desiree dwingend.
Terwijl Bianca zelfbewust onder de paraplu naar de ingang van het restaurant liep keek Desiree haar na. Ze was wel nieuwsgierig of ze nog iets van die Yves zou zien. Bij de ingang stonden een paar mannen gebarend te praten. Twee mannen in een fantasie-uniform monsterden zo te zien een bezoeker, die uit zijn gebaren opmakend naar binnen wilde. En ach, het zou ook eens niet, Bianca moest zich er weer mee bemoeien. Desiree zag haar zus nu ook breeduit gebaren en eerst naar het restaurant en daarna naar haar auto wijzen. “Het zal toch niet….?!” dacht Desiree plotseling. Na een korte aarzeling stapte ze uit en liep op het verhit discussiërende groepje af.
“Dees, dit is Yves”. Bianca wees op een knappe, gebruinde middendertiger in spijkerbroek en modieuze sneakers. Niet direct haar beeld van een Franse professor.
Yves gaf haar een hand. “Enchanté”, zij hij verlegen lachend.
“Yves mag er niet in omdat hij volgens deze heren niet gekleed is”, brieste Bianca.
“Meneer kan een jasje en een das lenen”, bemoeide een van de portiers zich met het gesprek.
“Meneer is professor en hoeft geen jasje en da te lenen”, snibde Bianca.
“Al was meneer de prins van oranje… “, smaalde de portier.
Bianca ontplofte. “Kom, we gaan naar het eerste de beste eetcafé in de buurt. Met z’n drieën”.
“Maar, jij en Yves… ?“, verzuchtte Desiree.
“Met z’n drieën!”, herhaalde Bianca. Ze sprak even zachtjes met Yves, die overtuigd knikte.
“Allons!” riep Bianca en stak een arm door die van Yves. Desiree volgde op gepaste afstand.