Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Memento Mori

Geplaatst op: 16-06-2010
door: Johannes JF Schroots
oud-cursist

Je kon zien dat ie vroeger heel lang en sterk was geweest, type American GI met gespierd lijf en een ietwat verwonderde blik op zijn gezicht, alsof de hele wereld nog op ontdekking wachtte, elke dag weer. Van dat stoere uiterlijk was op z’n twee- en negentigste niet veel meer over. Maar wat wil je, mag iemand op die leeftijd een beetje in elkaar gezakt zijn, een hoorapparaat dragen en knetterende scheten laten? Pijnlijk ja, maar de meeste 90-plussers zitten dan al lang en breed in de luiers, herkennen zelfs hun eigen piemel niet en rochelen er lustig op los. Nee, dan Jim B., mijn mentor van het eerste uur die met eindeloos geduld en wijsheid mijn eerste stappen op het academisch pad begeleidde, een oude man van twee- en negentig die nog steeds auto rijdt, scherpe intellectuele discussies voert - die ik nu pas win - en vriend voor het leven.

De laatste tijd moet ik steeds vaker aan hem denken, ook al zie ik hem minstens één keer per jaar. Wat als hij plotseling dood zou gaan? Thousand Oaks, California is niet naast de deur en ik heb hem nog zoveel te vragen. In gedachten stel ik me voor dat ik plotseling een telefoontje krijg van Cheryl, een trouwe medewerkster van dik vijftig die zelf al grootmoeder is, maar nog zo vitaal als wat. “Hans, ik heb slecht nieuws voor je, Jim is overleden”. Wat een klote bericht, nog erger dan het telefoontje van de Intensive Care toen mijn vader aan een hartverlamming bezweken was. De lul, hij had nog gered kunnen worden als hij niet zo stronteigenwijs was geweest. Reed nota bene langs het VU ziekenhuis, maar moest zonodig door het spitsuur naar zijn eigen vertrouwde hartspecialist aan de andere kant van de stad. Later hoorde ik dat hij naar adem happend en strompelend van de pijn op het trottoir van de eerste hulp in elkaar was gezakt en ter plekke overleed, mooi wel in zijn eigen ziekenhuis. Jim lijkt me ook zo’n type, trouwens ook altijd een vader voor mij geweest.

“Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust”, zeg ik Faust na, leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar ik wil er niet aan, tot het telefoontje kwam: “Hans, hier is Cheryl, ik heb slecht nieuws voor je, Jim is gisteren .... .” Cheryl’s stem stokte. Allerlei beelden flitsten door mij heen, van Jim die met de dood in zijn hart door het spitsuur van de freeway zeker drie uur moest rijden om in zijn geliefde UCLA ziekenhuis te komen. En dan het beeld van mijzelf als jong, ambitieus studentje, die het er voor over had om drie dagen en vier nachten met de Greyhound dwars door Amerika te reizen, levend op coke en apple pie, en die door Jim vorstelijk werd ontvangen met nog een beurs op de koop toe. Ik zie mezelf weer lopen op de campus, enthousiast pratend tegen Jim over van alles en nog wat, maar vooral over het verband tussen de ontwikkeling en veroudering van mensen, terwijl Jim – heel Socratisch – zo nu en dan iets tegenwierp zodat mijn hele betoog als een pudding in elkaar zakte. Jezus, ik heb wat kilometers gelopen met Jim, pratend over leven en, natuurlijk de dood als finaal kriterium voor veroudering.

“Hans, ben je er nog”, klonk het ongeduldig door de telefoon. “We moeten een nieuwe keynote speaker zoeken, nu Jim het af laat weten”. “Cheryl,” hakkelde ik, “ik dacht dat Jim dood was.” De stem van Cheryl klonk levenslustiger dan ooit: “Hoe kom je erbij? dat zeikwijf van een Betty heeft de boel weer verknald, en je weet: Jim kan geen nee zeggen”. Ik blafte wat krachttermen door de telefoon en zei: “OK, Cheryl, ik bel Jim wel, als tenminste z’n hoorapparaat aanstaat, ik heb toch nog wat vragen voor hem”. Ik legde de hoorn op de haak en mompelde: “Memento mori, gedenk te sterven, bij leven en welzijn.”

 


print
Reageer (1)