Inloggen (e-mail/wachtwoord)

Het lot van de Amsterdamse fietser

Geplaatst op: 10-11-2011
door: Adinda Lammens
cursist

Met moeite kan ik mijn fiets tussen de andere geparkeerde fietsen vinden. Het bevrijden van mijn fiets uit de klauwen van de bakfiets links van hem en de omafiets met Albert Heijn boodschappenmandje en kinderstoeltje recht van mijn fiets is een uitdaging waarbij mijn geduld aardig op de proef wordt gesteld. Waar is de tijd gebleven dat we nog genoegen namen met ordinaire fietstassen? Doordat ik op de kop van de Albert Cuijpmarkt woon lijkt het fietsenrek voor mijn huis soms net de fietsenflat bij het Centraal Station.  Bij allebei is het een crime om je fiets te stallen tussen de vele andere fietsen en vervolgens na een paar uren/dagen weer te bevrijden uit hun benarde positie.

[kader]

Amsterdam telt op dit moment ongeveer 600.000 fietsen en 120 waterfietsen.Dit is bijna 1 fiets per inwoner. Dagelijks leggen  Amsterdammers 2 miljoen kilometer per fiets af. Een opvallend detail is dat de gemiddelde Amsterdamse fietser tussen de 25 en 55 jaar is, hoger opgeleid is en een hoger inkomen heeft.Het woon- werkverkeer zorgt er dagelijks voor  dat er gemiddeld voor 10.000 fietsen een parkeerplaatsje gezocht moet worden. De befaamde fietsenflat neemt 2500 fietsen voor zijn rekening neemt.

Na een paar flinke rukken aan het stuur en een hoop binnensmonds gevloek weet ik mijn fiets mét versnellingen los te maken. Eenmaal op de weg besluit ik de route te kiezen over de grachtenbruggen. Via de Reguliersgracht fiets ik achtereenvolgens over de Prinsen-, Keizers- en Herengracht. Blij maak ik gebruik van mijn versnelling om de venijnige brug over de Prinsengracht te overbruggen. De vrouw op de hippe omafiets zonder versnellingen weet ik nog net op tijd te ontwijken voordat ze afstapt om te voet verder de brug op te gaan. Eindelijk boven laat ik mijn fiets het werk doen en met een rotvaartje rijd ik de brug af om zo vaart te maken voor de volgende brug over de Keizersgracht die op mij wacht. Een vluchtige blik werp ik op het zwarte water dat onder de brug doorstroomt en vraag me af welke schatten deze gracht voor ons verborgen houdt.

Onopgemerkt en sneller dan verwacht ben ik bij het Rembrandtplein aangekomen. De terrassen zitten helemaal vol met toeristen die zich komen verschalken aan de H(eerlijke) genotten van Amsterdam: Heinekenbier, Hoeren (vrouwen van plezier) en Hasj. Met grote moeite weet ik een groep lallende mannen te ontwijken die zonder te kijken de straat oversteken. Op zulke momenten mis ik meer dan ooit mijn fietsbel die iedereen moet doen terugveinzen voor mijn fiets. Eén jaar fietsen in Amsterdam heeft mij doen beseffen dat een fietsbel en een goed paar remmen de essentiële onderdelen zijn voor een fiets om Amsterdam te trotseren. Ik beloof mezelf dan ook plechtig morgen als eerste de Hema te bezoeken om een fietsbel te kopen.

 [kader]

Jaarlijks wordt Amsterdam overspoeld door ongeveer 4,5 miljoenen toeristen en 16 miljoen dagjestoeristen. Dit levert Amsterdam de vierde plaats op in de Europese ranking van vaakst bezochte steden. 

Op het Rokin kom ik bijna in de moeilijkheden doordat ik een langzame tuktuk mét toeristen probeer in te halen. Tussen een voorbij rijdende tram aan de ene kant en de afrastering van de werkzaamheden aan de Noord/Zuidlijn aan de andere kant probeer ik mij fietsende te houden en voor te bereiden op mijn inhaalmanouvre. Het inhalen van de tuktuk is bijna onmogelijk en ik beland dan ook bijna met mijn voorwiel in een tramrails. Naast de miljoen fietsen, duizenden toeristen per dag en de moeilijk begaanbare bruggen over de grachten vormen de tramrailsen op de weg fietsobstakel nummer vier. Van horen zeggen is het niet erg aan te raden om met één van je banden in zo’n rails terecht te komen. Het gevolg hiervan laat zich wel raden. Ik probeer de rails dan ook te trotseren door deze loodrecht te kruisen.

[kader]

Een derde van alle verkeersongevallen is per fiets. Dat het fietsen in Amsterdam niet zonder gevaar voor eigen leven is bewijzen de volgende gegevens: gemiddeld vallen jaarlijks in Amsterdam onder fietsers zeven doden, 100 zwaargewonden en 330 lichtgewonden!

Eenmaal op de Dam aangekomen kom ik langs obstakel nummer vijf, De Bijenkorf. De etalages zijn net kunstwerken met onbetaalbare schatten aan kleding, lingerie en tassen. Verlangend kijk ik al uit naar de Sinterklaas- en Kerstperiode waardoor de etalages veranderen in kleine pretparken met levensgrote zwarte pieten, bewegende poppen en rijdende treinen.

Met mijn blik gefocust op al het moois fiets ik roekeloos de Dam over richting het Centraal Station dat eindelijk zijn ware gezicht weer laat zien. Ook hier blijft obstakel nummer 3 mij achtervolgen. Als kippen zonder kop steken vele toeristen de straat over op weg naar het station of de vele schreeuwende toeristische winkels die aan deze straat liggen.

Met een scherpe bocht laat ik het station en de drukte van de binnenstad rechts van mij liggen en vervolg ik mijn weg over het fietspad langs het IJ richting mijn eindbestemming. Eindelijk kom ik geen toeristen meer tegen die mijn fietstocht bemoeilijken of tramrailsen die voor een gevaarlijke val kunnen zorgen. Langs deze weg kom ik alleen maar mensen tegen die hard van hun werk naar huis fietsen en hun hoofd leeg proberen te maken. Het kabbelende water van het IJ en de afwezigheid van toeristen zorgen ervoor dat ik na vijf minuten relaxed fietsen zonder opvallende obstakels op de veemkade 236 aankom, waar ik mij de komende 2,5 uur kan voorbereiden op de helse tocht terug.


 

 


print
Reageer (0)